Basissen - Zeebrugge
Nieuwe Alberta
‘Alberta’ is de naam van de stoomjacht die Koning Leopold II ten
persoonlijke titel, van 1898 en tot zijn overlijden in 1909 huurt.
Dit jacht werd in 1897 in de V.S. gebouwd voor rekening van de
rijke bankier Mr. Drexel en werd door Little & Johnson (London)
opgetuigd en afgewerkt. Deze firma zal de administratie van het
schip behouden tot het na het overlijden van de Koning in 1909,
verkocht wordt aan een Russische eigenaar, nadien aan een
Amerikaan. Het schip werd later nog verbouwd als wetenschappelijk
onderzoeksschip, reisde tot in het verre Oosten, Australië en
Amerika. (M.C.Pauwaert 1931).
(1907 – foto van René Desclée)
Dit stalen schip was voor de tijd zeer elegant, met schouw, twee masten en een uitzonderlijke meubilering. Het woog 2200 ton, was 90 m lang en 13 m breed, en hield een cruisesnelheid van 16 knopen hetgeen een verbruik betekende van ca.60 ton kolen /etmaal. Aan boord een Engelse bemanning van 56 man, waaronder de kapitein Mr. Facer. Alleen de chef elektricien (dhr. H. Pottier uit Oostende) en de kok waren van Belgische nationaliteit. Het eetservies was in ‘vermeil’ (zilver bedekt met goud) en de glazen afkomstig van ‘Val St. Lambert’, wat indruk maakte op de talrijke bezoekers die de Koning aan boord van zijn luxueus schip mocht ontvangen.
Koning Leopold II ging bijna iedere zomer op cruise naar Noorwegen. Hij hield van de kalme fjorden waar lichaam en geest konden uitrusten. De ‘Alberta’ reisde naar Denemarken, de Oostzee, de zuidkust van Engeland en het eiland Whight, het Kanaal en de kusten van Frankrijk tot de Middellandse Zee en de Côte d’Azur, de Azoren, Madeira, de Kanarische eilanden en Mogador in Marokko.
In 1907 zeilde Koning Leopold II met zijn privé jacht “SY Alberta”, een 290 ft stoomschip, Zeebrugge binnen om de nieuwe haven in te huldigen.
Tijdens de hele periode zeilde het jacht ‘Alberta’ onder ‘white ensign’, de vlag van de Royal Navy. Hij was inderdaad lid van de ‘Royal Yacht Squadron’ en kon dus deze prestigieuze vlag voeren. Ook kreeg hij de titel van ‘amiraal’ in de imperiale marine van Kaiser Wilhelm II.
In 1952 bouwde de RBSC aan de hand van de Gentse architect en RBSC lid Albert Preys het huidig clubhuis de “Alberta”. De Stad Brugge werd de bouwheer en verhuurde meteen op lange termijn het gebouw aan de RBSC. In 2004 beloofde Burgemeester Patrick Moenaert het gebouw over te maken aan de RBSC zodat een renovatie of nieuwbouwproject kon opgestart worden. Het gebouw, bijna 60 jaar oud, had zijn diensten bewezen en beantwoorde niet meer aan de huidige exploitatienormen.
In 2008 kreeg de jonge Gentse architect Wim Goes de opdracht een nieuw ontwerp te maken voor het clubhuis. En in 2010 werd de bouwvergunning toegekend aan de RBSC. In overleg met AMDK verkreeg de RBSC hierdoor een nieuwe lange termijn concessie van 27 jaar in 2011. De exploitante Delphine met chef kok Thierry in gesprek met architect Wim:
Architect Wim Goes maakt tijdloze architectuur die perfect
integreert in het gegeven landschap. Of zoals hij zelf schrijft:‘Zo
wordt het gebouw landschap.’
Architectuur die de taal spreekt van het landschap eist een
zorgvuldige en pragmatische houding die ervoor zorgt dat
functionaliteit en beleving hand in hand gaan.
Deze houding is het project.
Het gaat over oriëntatie en ventilatie.
Het gaat over energieverbruik, hernieuwbare energie, duurzaamheid
van de systemen en emissieniveau (CO2).
Het gaat over materiaalgebruik, herkomst van materialen,
duurzaamheid en recycleerbaarheid.
Het gaat over water verbruik, grondwaterpeil en herbruik van
regenwater.
Het gaat over energienormen.
Eén van de energienormen is de K-waarde (isolatiewaarde).
Isolatie is een belangrijke factor. Regelgeving is vastgelegd
op een minimum K-waarde van 45. Dit impliceert een goed
geïsoleerd gebouw.
Een laag energie gebouw heeft een K-waarde tussen 30 en 35 (ref.
www.livios.be ).
De verbruiksruimte van het clubhuis heeft een K-waarde rond 33.
Het gaat echter niet enkel om de isolatiewaarde.
We onderscheiden in het clubhuis de kern en de omgang.
De kern is verwarmd en de omgang niet.
De omgang is gevoelig voor opwarming en afkoeling, de kern niet.
Daar de omgang door zon snel kan opwarmen kan men de kern met het
openen van de deuren mee opwarmen of met gesloten deuren de kern
van een te grote opwarming afscheiden.
De omgang kan zeer snel terug afkoelen door het openen van de ramen
(cross ventilation).
Daar we een laag energie gebouw hebben kunnen we op lage
temperaturen verwarmen.
Vloerverwarming is daarvoor het meest aangewezen.
Samen met de verluchting wordt de vloer door een warmtepomp
verwarmd en gekoeld.
Daarbij wordt de energie uit de aarde gehaald met een boorput.
Het verbruik wordt nogmaals gereduceerd met 75 à 80% ten opzicht
van traditionele verwarmingstoestellen (ref. www.supersystems.be ).
Het energieverbruik op basis van elektriciteit wordt opgewekt door
twee windmolens.
Glas, metaal en hout zijn duurzame en recycleerbare materialen.
Het hout draagt een FSC-label (duurzaam bosbouw).
Hemelwater wordt opgevangen en verzameld in een regenwaterput.
Dit regenwater wordt gebruikt om de toiletten te voorzien van
water...
Toch zijn het niet enkel technische feiten die deel uitmaken van
het verhaal.
Als belangrijkste gaat het over de mens, de gebruiker van het
project.
De mens die omgaat met elementen als wind, dag-nacht, zomer-winter,
koude-warmte, tijd,…
De veranderingen van de elementen zullen het gebouw elke keer weer
een nieuw aspect geven, met de mens als (h)erkenner.
Zo wordt het gebouw landschap.
De nieuwe Alberta zal worden ingehuldigd Pasen 2012:



